BLOG: Ben ik verslaafd?

Laatst zat ik met een vriend in de auto. Als hij een eind moet autorijden, heeft hij altijd een zak drop naast zich. Hij vertelde me dat hij verslaafd is aan drop. Hij vindt het ontzettend lekker en kan er een intense trek in hebben. Van zichzelf mag hij op zulke momenten drop eten. Hij weet dat het zijn bloeddruk tijdelijk verhoogd, “maar wat is tijdelijk op een heel mensenleven?”

Ik vroeg mezelf af: is hij nou echt verslaafd? Wat is nu eigenlijk verslaafd? Wanneer ben je verslaafd? Het zijn vragen die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. En waarover je lange discussies kunt voeren met verslavingsexperts, mensen met een verslaving, naasten van mensen met een verslaving, ouders, jongeren…

Als ik kijk naar de DSM-5, het boek waarin diagnosen worden omschreven, lees ik dat ervoor is gekozen om verslaving niet als diagnose op te nemen, maar te spreken van stoornis in het gebruik van een middel. Deze stoornis kan in lichte, matige of ernstige mate voorkomen. De term verslaving zou teveel een negatieve klank hebben en teveel op ernstige problemen wijzen.

Dus het is niet meer “ik ben verslaafd aan …”, maar “ik heb een stoornis in het gebruik van ….”. Hoewel ik niet geloof dat we dat bij zelfhulpgroepen al op die manier verwoorden, is het wel hoe we het als psychologen nu benoemen. Daarnaast bestaat er nu een niet-middel gerelateerde stoornis: de gokstoornis. En er is de stoornis in het gebruik van een ander of onbekend middel.

Peinzend bedenk ik me dat deze vriend van me dan in die groep zou kunnen vallen, als er daadwerkelijk sprake zou zijn van een “verslaving”. Er zou sprake moeten zijn van minstens twee duidelijke beperkingen of kenmerken van lijdensdruk in het afgelopen jaar. Als ik de elf kenmerken bekijk, kan ik opgelucht concluderen dat deze vriend geen stoornis in het gebruik van drop heeft.

Voor mij blijft wel de vraag staan met welke reden hij de drop eet. Als ik hem dat later vraag, geeft hij aan dat hij drop echt heel lekker vindt. Dat het een gewoonte is geworden in bepaalde situaties drop te eten, zoals bij het autorijden. En dat hij ook drop eet als hij zich niet prettig voelt.

Dat betekent dat het eten van drop ook een functie heeft voor deze vriend: zorgen dat ik me goed voel. En hoewel hij daarmee strikt genomen nog steeds niet voldoet aan de criteria voor een stoornis in het gebruik van drop, geeft dit wel meer zicht op zijn manier van omgaan met problemen.

En dus ben ik een voorstander van niet zomaar iedereen diagnosticeren als “verslaafd”, maar wel vaker te kijken naar de functie van bepaald gedrag. Iemand kan leren om eigen signalen beter te begrijpen en ernaar te luisteren. Zo weet deze vriend nu dat hij in de avond voor de TV drop gaat eten, als hij stress heeft of zich ergens zorgen over maakt. Het is beter daar dan mee aan de slag te gaan, dan met een abstinentie van drop.

Wil jij in je zorginstelling verslavingsgedrag meer op de kaart willen zetten in de behandeltrajecten? Zie jij hoe mindfulness kan helpen om verslavingsgedrag beter inzichtelijk te krijgen voor zowel cliënten als therapeuten? Neem dan CONTACT op met Studio Mindful voor hulp bij de implementatie van de verslavingspsychologie en mindfulness!

Hartelijke groet,
Yvette Kilian